Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 3» 3

least in het voorhuis genomen had, en die aan zyn' oppasfer'had overgereikt, niet wetende waar dezelve verder daarmede gebleven was.

Juravit coram

A. van Kesteren en

F. H. Raeber Wethouders.

den 19 Juny 1795.

No. so» I den 22 Juny 1795.

Comparuit Joh. Ant. Henne, van competenten ouderdom, en ter Inftantie van Richter en Wethouders geciteerd, verklarende:

Dat op den 29 Juny 1787, des avonds circa zes Huren, de Major Zorreth met een Commando, waar mede hy door de Stad ging, aan zyn huis gekomen is.

Dat zyn vengfters befchadigd en zyn deur opengebroken if=.

Dat zyn meubelen, lyfsbehoor en winkel zyn geplunderd.

Dat door een glasraam uit zyn werkwinkel gezien heeft, dat Zorreth mede in zyn huis gekomen is.

Dat daar op uit zyn werkwinkel is gevlugd na de ftal, en met een ladder naar de zolder boven dezelve geklommen is, die hy boven zynde naar beneden heeft gefmeten.

Dat daar is blyven zitten tot 's avonds circa 9 uuren of half tien.

Dat toen twee Burgers in zyn huis zyn gekomen, en dat hy, die horende fpreken, heeft geroepen.

Dat die Burgers de ladder wederom hebben aangezet, en Compt. dadelyk na beneden geklommen is.

: Dat de volgende week daar op de Major Zorreth by Comparant is gekomen en hem gezegd heeft, dat hy niet gedacht had't, dat het zoo veel was, maar dat hy wat moest hebben.

• Dat Compt. daar op geantwoord heeft dit niet verdiend te hebben.

Waar-

Sluiten