Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C t ]

ÜYLKGTLibehoorendetotdeDecreetenvandeniv.Maartiwv,

Generaal Br and-Reglement en Inftru&ie op den Brand, op of omtrent het Hof.

Art. i.

De Concherge der Tweede Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam, aan wien, by deszelfs Inflruétie, den Post van Opzichter over de Brandfpuiten en Gereedfchappen op het Hof voorhanden, is opgedragen, zal in geval van Brand op het Binnenhof, of in den omtrek van dien, en wel bepaaldelyk op het Buitenhof, de lange en korte Vyverberg, het Plein, de lange Pooten, Hofftraat en de Hof-Cingel, gehouden zyn, door eenen der wachthebbende Bodens, ten fpoedigften de Leden van de Commisfiën van Toezicht en Politie der beide Kamers daar van te doen adverteeren , ten einde dezelve in de gelegenheid te ftellen , om zich daadelyk, ingevolge derzelver Inftmétie, naar het Binnenhof te kunnen begeeven.

Art. 2.

De Secretarisfen van de beide Kamers , Commiefen en Clercquen tot de beide Secretariën van het Vertegenwoordigend Lichaam bchoorende, de Contrarolleur over de Gebouwen en Werken, onder directie van de Commisfiën van Toezicht en fiplitie ftaande, mitsgaders de Kamerbewaarders, Boodfghfppers van Staat en Bodens, zullen in het by Art. i. opgegeven geval, zoo dra hetzelve ter hunner kennis zal komen, zich mede ieder naar derzelver gewoone verblyf op het Binnenhof begeeven, en aldaar de ordres van de Commisfiën van Toezicht en politie afwachten.

Art, 3.

De Agenten of Collegiën, aan welke op het Binnen- of Buiten-Hof eenige Vertrekken ten gebrüikd zyn, of zullen worden afgeftaan , zullen mede met alle derzelver aanhoorigen , zich daadelyk in de voor hun gefchikte A lo-

Sluiten