Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C > ]

locaalen begeeven, ten einde met overleg van de Commisfiën van Toezicht en Politie, ieder in den hunnen zoodanige crdres te Hellen, als noodig zullen bevonden worden te behooren.

Art. 4.

De Boodfchappers van Staat zullen zorgen, dat aan iedere avenue van het Hof een Bode worde geplaatst, ten einde alle de op hetzelve benoodigd hebbende Perfoonen , daar op worden toegelaaten, en voorts de overige Bodens met voorkennis van de Commisfiën van Toezicht en Politie zoodanig verdeelen, als noodig zal geoordeeld worden te behooren.

Art. 5.

Door de Commisfiën van Toezicht en Politie zal uit de refpeclive Werkbaazen, aan de Gebouwen, onder directie van de genoemde Commisfiën fbrande, geëmployeerd wordende, worden aangefteld een Brandmeester, aan wien de generaale directie over het werk van den Brand onder het oppertoezicht van de Commisfiën van Toezicht en Politie , en den Contrarolleur gedemandeerd zal zyn, en twee Lieutenant Brandmeesters, van welke laatftén aan ieder der voorhanden zynde Brandfpuiten een zal zyn geaffecteerd; en aan welke Perfooncn allen en een ieder der Werkbaazen en Knegts, in de te gevene ordres zullen verpligt zyn te gehoorzaamen.

Art. 6.

Door den Opzichter over.de Brandfpruiten en Gereed'fchappen, zal onder toeVapicht van den Contrarolleur, aan den Brandmeester eirtiêutenant Brandmeesters , de noodige Gereedfchappen worden afgegeeven.

Art. 7.

De Brandmeester en Lieutenant Brandmeesters, alsmede de overige Werkbaazen, benevens de Knegts, welke een ieder hunner by zoodanige gelegenheden verpligt is te leveren, zullen zich ten fpoedigften op het Binnen-Hof moeten vervoegen, op poene van verfteefcen te wezen van hun Werk en Bedieningc

Art.

Sluiten