Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 22 )

'„ weet, wat mij nog ten deele valt," — Wie ' zóu zulk een befcheiden en vrindelij k kind niet lief hebben ?

WIE IS DE MOOISTE?

Louise Was een welgemaakt meisjen. — Menigmaal werdt haar dit door de kindermeid, door de keukenmeid, en vooral ook door eene oude Tante, die dikwils aan haar 's vaders huis kwam, verteld; zie eens, zeiden ze, wat is dat een aar. dig meisjen; van dag tot dag wordt ze liever. —

Wat was het gevolg? louise hoorde dit zo dikwils, dat ze eindelijk begon te gelooven, dat het waar was, en hieldt zich uit dien hoofde voor beter, dan andere kinderen. Ontmoette zij onder haare makkertjens, die of door de pokken gefchonden waren, of zomervlakken in 't gezicht hadden, of op de eene of andere wijze wanftalÜg waren, dan verachte zij die kinderen, lachte ze uit, en wilde er niet mede fpeelen, ja zelfs gaf zij ze wel eens bijnaamen. —

Zo ras haare ouders dit ontdekten, zochten zij dit kwaad te keer te gaan; zij deeden er veel moeite toe, doch lang te vergeefsch. Eens trof het, dat zij met haar vader in den tuin wandel' de,

Sluiten