Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C89)

't Was juist in de tijd der kersfen, Filip Was met Frederika zijne jongfte zuster op de kamer; toen hun vader juist binnen kwam: — Eij kinderen zeide hij, gij zijt heden nog niet uit wandelen geweest; zoudt gij wel eens in den tuin willen wandelen?

Zij waren hier mede ongemeen in hun fchik; ik heb hier nog een kleine boodfchap in huis, zeide de vader, zo ras ik gedaan heb, kom ik u af haaien.

Goed lieve vader, zeide Frederïka, maar mag de tuinman ons dan eenige kersfen geven?

De tuinman heeft thands geen tijd, was het antwoord; maar gaat met mij ik heb voor u iets anders.

Frederika fprong vrolijk haaren vader na; doch Filip had nauwlijks de eerfte woorden van zijn vader gehoord. Een, luid gefchreeuw op ftraat trok zijn geheele aandacht tot fzich. Hij ftondt voor het venfter, en wilde juist zijne zuster roepen , toen zij reeds weder te rug kwam, met. een Itukje van een kersfentaartje in de handen.

He ! he! riep Filip, van waar hebt gij dit ?

Wel waarom zijt gij ook niet medegegaan ? zei Frederika; vader riep ons immers, ga heen, loop gezwind, misfchien is vader ,nog op zijn -fcjiner.

c'4 ri-

Sluiten