Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 50)

«Re zijne handen u'tfteekt. Nauwlijks ontdekt? Hartig dit, of alle zijne leden begonnen van benauwdheid te trillen; Georg zeide hem, wat het was; doch alles was vrugteloos: fpoorftreeks liep hij naar huis, en wat moeite men ook deedt, men kon hem 's avonds nooit weder uit zijn ka? mer krijgen. —

Hij zou voorzeker al zijn leven aan dit euvef ziek gebleven , en dus een onnut meubel in de menfchelijke maatfehappij ja een voorwerp van befpottng zijn geworden , indien niet eene merkwaardige gebeurenis hem het belluit hadt doen nemen, om dit gebrek te overwinnen.

Zijne ouders hadden een tuin, omtrend eerj kwartier uur gaans biiten de ftad, zomers hiejr den zij zich hier doorgaands op, ja zelfs hielden zij er hun nacht verblijf, om dus het genoegen van den vroegen morgen te kunnen fmaaken. — Doorgaands was hun zoon met Georg bij hun, terwijl de dienstboden, bij gebrek van genoegzaarjae ruimte, in de (lad (liepen. De tuinier eert man, die reeds hoog bejaard was, woonde in een kif in huisje niet ver van daar.

Op zekeren .avond, toen de dienstboden reeds naar de ftad vertrokken waren, wordt de vader v n Hartig op het onverwachtst ziek. Hij werdt zo bleek als de dood, zijne oogen werden

Sluiten