Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 66 )

Juistert, ja, daar gaat de deur op; hij Mondt mid.

den in de kamer zo bleek als de dood. - In

die houdirg vondt hem de Geneesheer, die na dat hij dien bedienden , welke naar hem gevraagd hadt, gefproken hadt, in de kamer kwam , om hea bewust geval nader te onderzoeken. — He knaap! Wat deert u ? waarom zijt gij zo bleek ? Waarom beeft gij ? Gij hebt geweend; wat fcheelt aan? — Waarom fpreekt gij niet?

Adtlf — doch 't is volltrekt onmooglijk: om eene befchrijving te geven van alles, wat in dit pogenblik in zijn ziel omging. De Geneesheer zag hem eerst zeer ernftig, dan zeer medelijdend aan; en nam hem bij de hand; — Adelf, zeide hij, ik heb u tot dus verre voor een braaf jungeling gehouden; ik verheugde mij,, wanneer ik u zag; ik vertrouwde, dat uwe ouders eens groote vreugd aan u zouden beleeven; Adolf, nu zijt gij een flegte jonge geworden. —

adolf (geheel buiten zich zelf.) — Mag ik y .bidden, mijn lieve DaUor, noem mij zo niet :. neen, ik heb een groote misflag begaan, dit isWaar; en ik verdien •fttengelijk geflraft te worden; maar een flegte jonge, neen, dat ben ik in

Waarheid niet. Ik ben zo (legt niet als gij

denkt. Ach! wist Gij, wat ik in dien tus-

fchentijd al heb moeten lijden? —

DOC-

Sluiten