Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( no)

• Zo klaagde de een den ander , toen zij wede* om bij hunne moeder kwamen — die hen in het prieel opwagte. _ Nu, zeide zij, zijt gij na met bedroefd ? mij dunkt ik kan het op uw gelaat lezen — en waarom anders, dan omdat uwe gasten zo fpoedig vertrokken zijn.

Och neen lieve moeder, zeide Emilie; ach ' mogten wij ontflagen zijn, om u de oorzaak van onze droefheid te zeggen. —

moed. Gij hebt toch niets gedaan, waarom gij u zelf zoudt befehuldigen ? ( emil. Dat juist niet; maar wij zijn oorzaak, dat Hendrik en Lotje - - lieve Karei verhaal gij het overige.

moed. Zijt gij dan met uwe gasten niet te vrede geweest?

kak. Ach ï moederlief, neemt het ons toch niet kwalijk; wij wisten niet dat Lotje en Hen. drik zo ftout zoudijn zijn.

■ moed. Ik beklaag u, hoewel ik dat alles reedï voorzien hebt.

emil. Ach! indien gij alles wist! . moed. Ik weet al wat gij mij kunt vertellen.

kar. Ook dat Hendrik mijn. perfikboomtje beÜehadigd heeft ?

• emil. En Lotje de bloemen afplukte? moed. Alles, ook hoe gij die- roode plek op

uw

Sluiten