Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C ü3 )

ophaalde. Hij zag, hoe de man het vischjen Van de ihoer los maakte, en in een zakjen deedt, 't welk naast hem lag, en waarin reeds meer viichert waren, tevens hoe hij vervolgens,'op nieuw wederom iets aan het einde van de fnoer vastmaakte, en dezelve in het water hieldt. —*

Zijn vader riep hem. — „ Heb toch de goed„ heid, lieve vader! zeide Paul, en kom eens even „ weder terug." De vader deedt dit; — „ hebt ,, gij dat nog niet gezien ? vroeg hij aan Paai."

paul. Neen, lieve vader! en daarom zie ik naaf dezen man — wat doet hij toch ?

vad. Het is een visfeher, die met den hengel visfehen vangt! —

paul. Een visfeher? en die zweep heet dan den hengel? — Maar hoe vangt hij daarmede de vis. fchen ? —

vad. Kom laten wij bij den man gaan, opdat hij het ons zelf toone.

De vader verzocht den visfeher, om aan zijn zoon den hengel te wijzen. — Toen zag Paul, dat be. neden aan de koord een klein ijzeren haakjen vast. gemaakt was.

paul. Dan komen de vifchen in het voorbij zwemmen onvoorziens aan dat haakjen en raaken dus vast? —1

visscher. O neen, dan zou ik lang wachten H eer

Sluiten