Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 120 )

de kikvorfchen uit zijn tuin hadt laten verjagen» Gij weet, dat wij thands bij ons geen (lakken hebben, om dat ik de kikvorfchen altijd gefpaard heb.

terd. Ja! dat is waar. Toen onzen Praiceptoï onlangs ons een (lakkenhuisjen wilde vertoonen , hebben wij bijkans de geheele tuin doorgezocht, en echter niet een kunnen vinden.

jul. Dat had ik waarlijk niet gedacht, dat die kleine lelijke diertjens zo nuttig waren.

ferd. Nooit wil ik er weder een wippen.

vad. Wat is dat?

ferd. Men neemt een klein plankjeri, omtrend één voet lang en ééne hand breed, 'f welk men dwars over ;een ijzer legt; op het eene einde van dit plankjen legt men één kikvorsch, en op het ander einde (laat men zeer hard met een (lok, waardoor de kikvorsch hoog in de lucht geworpen wordt. —

vad. Foei, Ferdinand! hoe kunt gij zulk een arm onfchuldig diertjen zo kwellen, een diertjen, d?t u geen kwaad doet, en zich ook niet verdedï. gen kan. — Van wien hebt gij die kunst geleerd?

f er Jan heeft ze mij heden getoond?

vad. Waarlijk , zeer onverftandig ; ik zal er hem over beftraffen. Denkt gij niet, dat dat arm diertjen daarvan gevoel heeft? Of meent gij, dat, I cm-

Sluiten