Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 145)

niet verleid heeft om te jokken. Liever wil ik ü wat wijn geven, wanneer gij er mij om vraagt, dan wanneer ik duchten moest, dat gij mij daarom zoudt misleiden. - Ik zou veinzen, moederlief? ■ntwoorde dat kwade kind, och ! kont gij het Hechts ééns gevoelen, hoe het hier in mijn lijf fnijdt. — Tevens wrong hij zich in allerlei bogten , en nam zodanig eene treurige houding; aan, dat zijne moeder zich voor deze keer liet overhaalen, om hem de gewoone droppels met wijn te geven.

Voor ditmaal was zijn bedrog hem dan nog gelukt, doch nu zou hij daarvoor de ftraf ontfangen.

Op den volgenden dag werdt hij indedaad ziek. Of dit juist alleen toetefchrijven zij aan het veelvuldig gebruik van die verhittende droppels en wijn , kan ik niet ftellig bepaalen, maar zeker deedt het er geen goed aan, en werkte mede om, die ziekte te bevorderen. Reeds voor den middag was hij eenigfms ongefteld, doch ten einde niet genoodzaakt te worden, om eene wandeling te ftaaken, verzweeg hij dit. —

Zijne moeder hadt intusfehen haar vermoeden, of Lodewijk haar welligt misleide, aan zijn' vader verhaald. Beide ouders fpraken juist daarover, toen Lodewijk van de wandeling te huis kwam. De vader vroeg hem, of hij zich wat vermaakt hadt ? Ach ja, zeide Lodewijk, wanneer mijn hoofd mij K «aar

Sluiten