Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 150 )

VLIJT EN KUNDE BAAREN ACHTING LUIHEID EN ONKUNDE VERACHTING.

Wanneer vader RoAerich des avonds In de tuin wandelde, dan waren de kinderen van zijn zoon altijc bij hem : het eene hieldt zijne rechter, het, ander zijne flinkcr-hand, en de twee overigen liepen om hem heen; want zij hadden hunnen èraa. ven Grootvader zeer lief, naardien hij altijd zo vriendelijk was, cn hun zeer fraaje.' gefchiedenisfen wist te vertellen. Doorgaands ging hij flechts een half uur door de tuin wandelen, dan zette hij zich neder op eene bank, die onder een fraaie groote Lindenboom Itondt Voor de bank was een klein grasveldjen .waarop de kinderen rondsom hem heen girgen zitten, en hem zo lang plaagden, tot dat hij eindelijk begon te vertellen. — Gaarn zag hij, dat de kinders zich, in dien tusfehentijd, ook met deze of gene dingen bezig hielden: „ een kind, dit ,, was altijd zijn gezegde, een kind moet nooit le. „ dig zijn; want zo als het van jongs af gewend „ wordt, zo biijft het; en ledigheid is de bron van alle ondeugden." — Dat wisten de kindcr*

ook

Sluiten