Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( iJ>o)

der geflingerd. Wie daaraan niet gewoon is, zal in de eerde tijd vrij onrustig flapen. ! louize. Ja, dan Hiep ik ook al liever op mijn bed. —

roder ich. Dat was nog het minst van allen. — Nauwlijks waren zij vier en twintig uuren op zee geweest, en zeilden langs de hollandfche kust (hier wees hij dezelve op de landkaart) of Willem werdt zeeziek.

louize. Wat is dat voor een ziekte lieve Grootvader ?

hendrik. Weet gij dat nier Louize! wacht, ik zal het u zeggen. Door het ffingeren van het fchip wordt men duize'ig en vervolgends misfe. lijk, en benaauwd, zo dat men van tijd tot tijd moet braaken. — k dat niet zo, Grootvader?

roder ich, Ja wel, lieve kind! — Nu die zelfde ziekte kreegen Willem en Karei ook Want doorgaands moet ieder die ondergaan , die voor de eerde keer eene reize ter zee doe».— t k waar 't gebeurt ook wel eens, dat andere, welke die reis meertnaalen gedaan hebben, aan die ziekte onderhevig worden; doch deze lopen er minder gevaar van Wanneer iemand zeeziek is , doet hij best van noch te eten noch te drinken, naardien men de kwaal daardoor erger maakt. Wam zo ras ze ge.

duu.

Sluiten