Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 196)

den algemeeneu inhoud van de overige gebeti* renisfen ulieden flechts mededeelen.

Karei en Willem waren dan bside gered. Het eerst, dat zij vcrvolgends aan land deeden, was, dat zij hunne natte klederen uittrokken en in de zon te droogen hingen ; vervolgends zagen zij overal om «aar fpijze, cm hunnen honger te Aaien* Er Monden wel boomen , dan zij kenden die vrugtcn niet en durfden er dus niet van gebruiken, ■—Van verre zagen zij een berg — Karei wilde dien gaarn beklimmen om te zien of er geen menfchen indien omtrek woonden; can t aartoe was hij te zwak. — Eindelijk ontdekt hij een palmboom.— Terftond bernnerde hij zich,, dat deze boom een fap bij zich heeft, waaruit de palmwijn vervaardigd wordt. Hij nam zijn mes, en fheedt diep in de fiam, waarop er éen aangenaam vocht uitliep, waarmede zij hunnen dorst friiden. —1 Op een andere boom die zeer veel overeenkomst met de palmboom hadt, ontdekte hij van verre eene

vrucht , die ve?l naar druiven geleek. .

Nader komende ontdekte hij, dat heteen dadelboomwas, en plukte er de rijpleen af, — dit was eene groote verkwikking voor die twee uitgehongerde fehepfels. — Verzadigd zijnde keerden zij vrolijk terug naar hunne klederen, dis reeds genoegzaam, tlr.oog waren.

In

Sluiten