Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 47 )

Leerm. Dat kan wel — miar zou zodanige leugen geoorloofd zijn ?

Koene. Dat geloof ik niet.

Leerm. Ik ook niet — want anders zou elke leugen geoorloofd zijn. Of waarom fpreken veel menfchen zo dikwils de onwaarheid, dan om zich uit deze of geene verlegenheid te redden, of ook om eenig voordeel te bejaagen. Bij aldien het dan al eens geoorloofd zijn mogt, om de waarheid achter te houden, of ook eene onwaarheid te fpreken , dan kan dit geeniins plaats hebben, ingevalle andere daardoor benadeeld worden, of wanneer hij, die zodanige onwaarheden zegt, er eenig voordeel bij heeft. Bij voorbeeld — het is eene ongeoorloofde en ftrafwaardige leugen, wanneer een koopman mij verzekert, dat zijne waaren goed zijn, wanneer dezelve in de daad liegt zijn; — of wanneer gij onlangs hadt willen ontkennen , dat gij dien inktvlak in die witte doek hebt gemaakt, — want, is 't niet zo? — door de eerfle onwaarheid zou de koopman zich zelf bevoordeelen en anderen bedriegen ; en indien gij niet bekend hadt van dien vlak in uw doek te hebben gemaakt, zou een ander in verdacht gekomen Zijn, van er dezelven in gemaakt te hebben. Dierhalven zou hier voor zeker eene onregtvaardigheid gepleegd worden , en wanneer wij aan anderen niet zullen doen, 't geen

wij

Sluiten