Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor omtrent vier weeken bezocht ik een mijner vrienden. Wij zaten zeer bedaard bij elkander, toen een knecht plotsling en met veel geweld de deur van de kamer opende , en met eene zeer be» deesde houding, verzocht, dat mijn vriend hem verbergen wilde voor zijnen Heer, die, woedende van gramfchap, hem op den voet volgde, om hem te vermoorden. Wij waren zeer ontfteld; — mijn vriend vroeg, wat er voorgevallen was; de beanglïigde knecht kon niets meer zeggen, dan dat hij onfchuldig was, dat zijn Heer te driftig was, en zich overijlde — hij fmeekte, om flechts voor zijne woede en drift beveiligd te mogen worden. — Mijn vriend deedt hem in een naastgelegen kabinet gaan, en trok er den fleutel uit, juist in het oogenblik, toen zijn Heer, een Kapitein, de kamer in tradt. Mijn vriend kende hem, als een zeer driftig man. — Ik was wat verlegen met deze zaak, doch mijn vriend verzekerde mij , dat wij volkomen gerust konden zijn, om dat bij wel wist, met wien hij te doen hadt, en reeds meer diergelijke gevallen met den Kapitein hadt beleefd.

Met den hoed op het hoofd, en met ontblooten degen tradt de Kapitein, als een woedend mensch, de kamer in, — „ Is mijn knegt hier?" vroeg hij, terwijl hij met een woedenden blik de kamer rond

zag. —

Sluiten