Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 57 )

in , dat hij veel kloekmoediger was, dan de an' der.

Eens, bij gelegenheid van het Pinkfterfeest, gaf hun Vader, Zaturdags avonds, aan den oudften de fleutel van eene klederkas, die in een klein katnertjen itondt,werwaards men door een groote kamer moest gaan, waar in, voor omtrend drie maanden, he. lijk van hun oom gedaan hadt. — Gaa heen, zeide de vader, haal onze zomerklederen, uit die kas, en breng mij de fleutel terug.

Conflantijn ging, doch naauwlijks naderde hij de kamer , of eene heimlijke vrees overviel hem, zo dat hij' niet in ftaat was, om de deur open te dotn. Waarom moet ik dat juist doen, dacht hij bij zich zelve. Ik zal de Huishoudfter vragen, of zij het doen wil, en deze zal net mij niet weigeren. Doch deze was niet onkundig van de

vreesachtigheid van Conflantijn. Meermaalen hadt zij van hem gehoord, dat hij 'savonds bevreesd was, om in die kamer te gaan, en befloot dus, dat de vader, niet zonder gewigtige reden, hem dit opgedragen hadde. ■ Zij floeg dus zijn verzoek af. Heeft uw Vader U belast, om mij de fleutel te geven , op dat ik die klederen krijgen zou ? vrceg zij. — Neen, zeide Conflantijn, mijn Valer heeft het, wel is waar, mij belast, doch, waarom D 5 zoudt

Sluiten