Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 5» 3

zoudt Gij het „iet doen mogen, daar ik belet ben t — O! weest toch zo goed! —

Huishoudster. Gij weet, het zou U niet baaten, al wilde ik U dien dienst bewijzen ; Vw Vader zou vragen, wie de klederen gekregen hadt; en .k ben verzekerd, dat ik dezelve terftond we' derom i„ de kas leggen, en gij dezelve zoud moe. ten krijgen. ,

Constant ij n. Gij zoudt mij echter kunnen vergezellen, opdat ik niet alleen ware.

H uish. fin waarom toch niet alleen? Hier, neem de kaars, en gaa, eer Uw broeder komt. —

Constant. Ja, ik wenschte wel, dat hij hier mogt komen; zeker zou bij wel met mij gasn. -

ÏlJ; T, i* ^ k°mt Uk — Hoor eens> 'iw Fe&nk! kom, gaa met mij, ik moet de zomerKlederen voor ons krijgen.

Gif LED; JalVader heef£ mij 20 even «*

Gij dezelve krijgen zult. —.

coxstant. dat wf] ;k 00k> doch m

Zou ik alleen gaan. Hebt toch de goedheid, en gaat

Hutsn. Schaam U, Conjlantijn! over uwe vrees, achngheid: ik ben verzekerd, dat de eenige reden. ■ Vvaarom Gij in die groote kamer niet gaan durft daann beftaat, dat het lijk m m Oom ^fm ^

Sluiten