Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wanneer hij, daaróm, in de kamer moest gaan. Ik weet wel, waarom bij zo vreesachtig is.

Vad. Eij! en dat is? — doch, de huishoudfter heeft haar werk ; wij willen haar niet floorenj — gaat met mij naar mijn kamer.

Hier gekomen zijnde, zeide de Vader tegen CmJlantijn. Ik heb in tegenwoordigheid van de huishoudfter niet willen te kennen geven, dat ik vari uwe kinderachtige vrees reeds onderricht was. Ik dacht, dat Gij ü zoudt gefchaamd hebben, om zulk eene belachelijke fout aan den dag te leggen, in tegenwoordigheid van een ander. Juist daarom belaste ik U dié boodfchap, en nu hebt Gij U zelfs van uwen jongeren broeder laten be* fchaamd maaken. — Zeg mij toch eens, waarvoor Gij ü toch bevreesd gemaakt hebt?

Const. Ach! wist Gij, lieve Vader!'wat onze voorgaande knecht . Jan, dien gij weg gezonden hebt, om dat hij ons zulke raare dingen wijs maakte, ons niet al verteld heeft. — Dat viel mij te binnen, en toen dacht ik, dat Oom, wiens lijk ip de groote kamer heeft geftaan, ook wel eens ken

terug komen. — Hierom was ik bevreesd.

Vad. Ik zal thands niet zeggen, dat Gij zot gehindeld hebt, met meer geloof te flaan aan de gezegden van Jan, die zo eenvouwig en dom was* dan aan 't geen andere, verfiandiger menfchen, U

ge*

Sluiten