Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 86 )

De hartlijke taal van den landman , de vriende. lijke vermaningen en lesfen van den Leermeester, genazen Guftaaf voor altoos van de dwaaze vrees voor het Onweder. —

DIENSTVAARDIGHEID en ONVERSCHILLIGHEID.

Naast de buitenplaats van de ouders van Willem, waar deze zich den geheeien zomer ophielden, was een klein huisje gelegen, waarin eene oude arme weduwe met haare dochter woonde. Zij hadden een klein tuintje, 't welk zij naarftig bearbeiden , naar dien zij genoegzaam alleen moesten le» ven van de vruchten, welke dit tuintje opleverde.

Op zekeren avond ging Willem in de tuin wandelen ; hij fprak met de tuinman over zekere hem onbekende plant, toen er in het naastbijgelegen tuintje der weduwe, plotsling een jammerlijk gekerm opging. Wat is dat? vroeg Willem aan den tuinman. - Och! wat zou het zijn, zeide deeze zeer onverfchillig, - wie weet, wat dat oude wijf wederom heeft bij de hand gehad. —

Beide gingen, om te zien, wat er gebeurd was, Willem, met zeer veel fpoed , doch de tuinman

Hechts

Sluiten