Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 113 )

dien aard, voor handen zijn. ■— Hendrik heeft hem verzocht, om er eens eenige van te mogen lezen.

He nd. Ja, om dat dezelve, gelijk hij zeide, zo grappig waren; maar hij weigerde dit.

Grootv. En met zeer veel reden. Zodanige boeken zijn niet voor kinderen dienstig, en weinige van die gefchiedenisfen zijn nuttig voor kinderen.— Evenwel zijn er fommige, die geen kwaad kunnen. Doch dit zijn eigenlijk fabelen of verdichte verhaalen , door verflandige menfchen voorgedragen, in dien zelfden fmaak, waarin de oude Tovergefehiedenisfen gefchreven zijn. Diergelijke verdichtfelen kunnen juist geen nadeel toebrengen, wanneer de kinderen flechts onthouden, dat dezelve verdicht zijn, en er de waare bedoeling erf leering uit weten te trekken.

Louise. O, lieve Grootvader! verhaal ons toch eens zodanige gefchiedenis. — Bedenk eens, of er ü niet eene zou invallen. —

Alle kinderen vereenigden hunne bede met die van Louife — alle wilden gaarn eene Tovergefcbiedenis hooren. — Nu, kinderen! zeide Grootvader, dat wil ik wel doen, maar de tijd is nu te kort; Uw moeder roept ons zeker binnen weinig tijd jjan, tafel.' —

„ Och! maak er heden flechts een begin mede, ,, lieve Grootvader!" was de algemeene kreet — H Goed,

Sluiten