Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c 135 y

L 0 v 1 z e. Leerde Nina dan ook nasjeti en fpln» men ? zij was immers eene Princes ?

Grootv. Houdt gij deze bezigheden voor eene Frince; te gering? — Ik weet mel, tegenwoordig zou menig aanzienlijk perfoon zich diergelijke fcbaamcn, doch van ouds was dit geheel anders! Wij weten uit de gefchiedenis, dat de dogters van aanzienlijke vorften zich derzelve niet fchaamde. — Weet gij niet diergelijke voorbeelden, Hendrik ?

HfiND. De dogters van Keizer Karei den Grit' ten,

Grootv. Karei, weet gij, wanneer deze leefde?

Karel. Dat zal bijkans duizend jaaren geleden zijn. Hij wierd in het jaar 800 na Christus geboorte Keizer.

Grootv. Dat hebt Gij zeer wel onthouden. — Nu weder tot onze Nina.

Ik heb u nog niets verhaald van de twede knosp, waarin de bloem der bevalligheid nog onontwikkeld opgefloten lag. Van- tijd tot tijd kwam dezelve echter te voorfchijn, en wel zo onmerkbaar, als moeder Groen voorheen reeds voorfpeld hadt, Mn* hadt dus gelegenheid, om bier bij eene bijzonderheid optemerken. — Haar grootfie begeerte beftondt naamlijk daarin, dat toch dit bloemtjen in die mate mogt ontwikkelen, gelijk de overigen. Om dit te belpoedigen ging zij dikwils voor de I 4 fpie.

Sluiten