Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 143 >

vergeefsch, met al hun wenfchen kwam dezelve niet eer, en zelfs kwam het hun voor, als of het nu nog wel ééns zo lang duurde. Dit wierdt alleen veroorzaakt door hunne ongeduldigheid. —

Die avond kwam eindelijk. — Ik heb U ge* zegd, (zeide Vader Roderich, toen de kinderen al* !e gezeten waren;) — —- dat Nina de Vrouw wierd van een Prins der Roxolaanen- Aan dezen jongen vorst hadt Leda een ring ten gefchenke ge. geven, van welken deze fabel of dit volgend fprookje den naam heeft van de Ring der isproe» "ring.

De vader van dezen vorst was, gelijk gij weet, een magtig koning; doek tevens bezat hij en zijne vrouw een voortreflijk karakter: hun deugd» zaam leven flrekte tot heil der geenen, die rondi om hen waren, en van daar, dat zij algemeen geacht en bemind wierden. —

Reeds langen tijd waren zij gehuwd, eer hun een kind geboren wierdt; — deze jonge vorsts was tot blijdfchap zijner ouderen de eerstgeborene. Men noemde hem Aimanzor.

Looi ze. Dat is een aardige naam.

Karel. Gij zult nog wel aardiger naamen hooren, wanneer Gij eens in de oude gefchiedenisfen zuit lezen — Abnanzor is immers een Afatifehe naam? niet waar Grootvader?

Grootv»-

Sluiten