Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

* zaligheid op, dan dat ik mij daaraan-zou cnt„ trekken. — Doch wie zal mijn leidsman zijn, „ om te worden 'c geen ik moet worden, indiea „ ik mijn wensch bereiken zal? — Reeds meerj, maaien hebt gij mij te kennen gegeven, dat gij „ mij niet behendig kunt vergezellen, dat gij mij „ eerlang zult moeten verlaates." — Een vloed van traanen bedekte zijn aangezigt toen hij dit zeide. ,, Weest getroost, mijn lieve Almanzor, (zeide de „ Grijsaard, terwijl hij hem omarmde) nog is het „ mij vergunt, u een tijd lang te vergezellen: „ ik zal dus in het begin van dien nieuwe loop-

baan, welke voor u geopend zal worden, u niet „ verlaten. Dcch daar gij u gewennen moet, „ om , ook zonder mijn geleide en raad, u ^elf „ te beftuuren, zo neem dezen ring, eene groote „ vriendin geeft u dien ten gefchenke , hij zal u „ waarfchuwen , wanneer gij in gevaar zijt, om „ te dwaalen : — volgt zijne aanwijzingen ; dan „ zult gij en mij, en u zelf, en veele duizenden „ gelukkig maaken. — Maar zo gij eens opzette„ lijk zijne waarfchuwingen in den wind flaat, „ en weigert aan dezelve gehoor te geven, dan „ zult gij denzei ven verliezen, en, tevens met „ hem, het geluk van uw ganfche leven."

Almanzor nam met dankbaar gevoel den ring uit de handen van zijnen vriend. Hij was "van fijn goud, glad bewerkt, doch hier en daar fcheenen

op

Sluiten