Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over Exodus XXI. vs. 16. ui

behaagde. Ja, Hij mogt niet alleen hun toelaaten, maar zelfs gebieden, om met dat verbannen volk op zulk eene wijze te handelen, als, buiten dat bevel, ten hoogften misdaadig zoude geweest zijn. Dus zou het, b. v., eene verfoeijelijke misdaad zijn geweest in de Israëlijten, het land Kanaan te overweldigen , indien Hij, die de volftrekte Eigenaar en onafhangelijke Opperheer van alles is , hun zulks niet uitdrukkelijk bevoolen hadde. Maar, daar dat land Hem toebehoorde; daar Hij , door eene Godlijke gifte, het zelve aan Abrahams nakroost had toegefchikt; en daar Jakobs ftammen bevel hadden om het land te overmeesteren, de inwooners te verdrijven, en zich in het zelve te vestigen — zou was hun gpdrag in dit alles wettig en geoorloofd. - Het zou nog veel misdaadiger geweest zijn in de Israëlijten , indien zij gepoogd hadden, niet flegts het land te veroveren, maar ook de verbannen Volken uitteroeijen , indien de Heer zulks niet gebooden hadde. Maar Hij, op wiens bevel zij moesten uitgeroeid worden , had eveneens recht, om hen te verdelgen door het zwaard van Israël, als door eene aardbeeving, door de pest, of, gelijk in het geval van Sodom, door vuur uit den hemel. —-■ Het is, mijnes oordeels, op deezen grond, dat de Mofaïfche wet aangaande B 3 de

Sluiten