Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over Exodus XXI. vs. 16. 03

waren onder de befcherming der Godlijke wet, welke verbood eenige wreedheid op hen te oefenen. Maar zal één eenig voorflander van den West Indifchen Slaavenhandel durven beweeren, dat de wetten onzer Koloniën eenen gelijken graad van befcherming aan de arme Negers verlchaffen ?

Wederom. Daar het oude onderfcheid tusfchen Jooden en Heidenen, door de Godlijke inftelling van het Christendom ganschlijk afgefchaft is, hebben ook de voorrechten, welken aan het Joodendom, en aan de belijderen van den Joodfchen Godsdienst bezonder eigen waren , opgehouden ; onder welke voorrechten te rekenen is, het recht, om Heidenen tot flaaven te moogen koopen. Dienvolgends is het nu zoo misdaadig en fnood in eenen Europeer , onfchuldige Afrikaanen te fleelen , of tot flaaven te koopen en verkoopen, als het voor de Israëliërs was , eikanderen te fleelen, te verkoopen , en tot flaaven te maaken ; het welk nogthans, zoo als uit de woorden van onzen Tekst blijkt, op de zwaarfte van alle tijdlijke ItrafFen , volftrekt verbooden was. — Gefield zelfs, voor een oogenblik, dat onze landgenooten konden bewijzen, het zelfde recht ten deezen opzicht te bezitten, welk den Jooden oudtijds vergund was; nog zou, uit de bezonderB 5 he-

Sluiten