Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Belydenis. a-

want de Apostelen preezen zulken , die de Schriften onderzogtcn. Hand. 17. n.

1. Het is waar, dat fommigen in dien tyd fchielyk tot het geloof gebragt werden ; maar men kon in dien tyd met eigen oogen zien het geen wy nu, door een' lange redeneering, betoogen moeten. En God wrogt' toen byzonder mede, zo dat de kragt der overtuiging zo groot was, dat zy meer deedt, dan een lange Redeneering.

V. Maar was de Christehke Godsdienst in zynen oorfprong zo blykbaar Godlyk, als de Christenen naderhand voorgewend hebben ; dan zoude de aandagt der oplettende Romeinen tot denzelven bepaald zyn geworden: en hunne Gefchiedfchryvers zouden Jezus Voorzeggingen en Wonderwerken vernaaien.

A. Hierop kan men met regt antwoorden, dat het niet vreemd zy, dat zy van Jezus Voorzeggingen en Wonderwerken zweegen; want

1. Het was een trotfche Natie, die de Jooden met veragting aanzag, en de Chris ■ tenen met deze! ven gelyk ftelde.

1. De gewaande -Wonderen gingen by de Romeinen zo fterk in' zwang, dat ze aan de berigten van Wonderen, die elders verrigt waren, weinig geloof gaven.

B 5 3- De

Sluiten