Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONDERWYZING

IN DEN

CHRISTELYKEN

GODSDIENST.

INLEIDING.

Dc mensch heeft, by de menigvuldige en onvermydelyke rampen deezes levens, troost noodig, byaldien hy gelukkig leeven en gerust fterven zal.

Van deezcn troost kan hy verzekerd worden alléén door de vaste overtuiging, dat hy in leven en in fterven geheelënal een eigendom van God en ook van Hem tot een eeuwig - gelukzalig leven, na den dood van dit ligchaam, beftemd is.

Dcezc overtuiging voorönderftelt, dat 'er eene juiste kennis zy van God, die den mensch tot een eeuwig-gelukzalig leven heeft gefchapcn; — van de fchikkingen, welken A dee-

Wat heeft de nenscli noodig, ivaoneer hyseukkig leeven ;n gerust fterven zal ?

Waardoor - aléén word hy van deezen troost verzekerd ?

Wat voorönderftelt de overtuiging ,dat men in leven en in fterven ten eigendom van God is , en dat men va»

Sluiten