Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE STUK. 49

het verderf: die u kroont met goedertierenheyt ende barmhertigheden.

Philipp. 2. 12- 13- Wercket uw es felfs faligheyt — want het is Godt die in u werckt beyde het willen ende het wercken.

Het geloof aan Jefus, die door God verordineerd was tot den Middelaar en Verlosfer der menfchen, moet dankbaare liefde jegens Hem, — begeerte om zyne geboden en voorfchriften te volgen, — toewyding aan zynen dienst, — en blymoedige verwachting eener gelukkige toekomenheid, — in de ziel van den Christen voortbrengen.

Joh. 15. 10. Indien gy myne geboden bewaert, foo fult gy in myne liefde blyven.

Philipp. 2. 5. Dat gevoelen zy in u, 't welck oock in Christo Jefu was.

Gal. 2. zo.*Ik leve, [doch] niet meer ick, maer Christus leeft in my: enz.

Menfchen, die aan God en Jefus gelooven , worden, in de fchriften des Nieuwer Tcstaments, alom voorgefteld als zulken; die de zonde afgeftorven zyn, en God ir Christus leeven; wier oude mensch mei Christus gekruist is; die eertyds in duister nis wandelden, maar tot het licht geroeper D zyn;

Welke gewaarwordingen en neigingen moet het geloof aan Jefus in de ziel 'van den Christen voortbrengen?

Hoe worden de menfchen, die aan God en Jefus gelooven, door de apostelen des Hee-

, ren in hunne fchriften voor-

; gefteld?

1

1

Sluiten