Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE STUK. 53 Rom. 2. 4. 5. Veracht gy den rykdomfyner goedertierenheyt? enz.

III.

VAN DE HEILIGING.

De daadelyke verbetering van den mensch,, en , in 't algemeen, de waare Christelyke, vroomheid, moet, naar de leere van Jefus \ en zyne apostelen, zich voornaamelyk kenbaar maaken door aanhoudenden yver in goede werken; dat is: door oprechte gehoorzaamheid aan de geboden en voorfchriften van het euangelie : en hierïn beftaat de heiliging van onzen geest en wandel, waarop wy, als belyders der leere van Jefus, ons vlytig moeten toeleggen ; indien wy aan de beloofde gelukzaligheden des Christendoms deel willen hebben.

Heb. 12. 14. Jaeght — na — de heylighmakinge, fonder welke niemant den Heere fan en fal ,• vergeleken met Jac. 2. 14.

Onze werken zyn goed, en vruchten van het waare geloof aan God en Jefus , zowel als van eene rechtfchapene boete , indien ons geweten ons overtuigt dat D 3 on-

VaarJoormoït Ie daadelyke 'erheteringdcs nenfchen , en n 't algemeen le waareChiiselyke vrooinïeid , zich /oornaamelyk teilhaar nwaten?

1

Wanneer zrn Dnze werken ;oedaof vruchten van het vaare geloof ;an God en Je"11 s, en van ;ene rechtfelujene boete ?

Sluiten