Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE STUK. 77

volbrengt, Gode gelykt, — dat hy een rechtfchapen jonger van Jefus Christus is, en het voorbeeld volgt dat deeze den menfchen gegccven heeft, — dat hy voor God, zynen Rechter, eenmaal genade vinden zal, — en dat hy, in 't algemeen, gefchiktheid en waardigheid verkrygt, om eens opgenomen te worden onder het getal der onderdaanen van het toekomende ryk van Goc en Jefus Christus.

Eph. 5. 1. 2. Zyt — navolgers Godts,ah geliefde kinderen : ende wandelt in de liefde

Joh. 13. 35. Hier aen fullen fy alle bekennen, dat gy myne Difcipelen zyt, foo gy d> liefde hebt onder malkanderen.

Joh. 13. 15. Ik hebbe u een exempel gege ven, op dat gelykerwys ick u gedaen hebbe,gy lieden oock doet.

Matth. 6. 14. Indien gy den inenfehenhan misdaden vergeeft, foo fal uwe hemelfche Va der oock u vergeven. — Vergeleken me Matth. 5. 5—7.

Matth. 25. 34. Als dan fal de Coningfeg gen tot de gene die tot fynen rechter \_han zyn ,] — bs-erft dat Coninkryk, 't welck u h reyt is.

Behalve deeze pligten eener algemeen

mensch

de tot den naasten ?

[

t

- Gebieden Jefus en zyne

Sluiten