Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C *7 5

Het MISLUKTE BESLUIT.

JEen Man voorheen bemind en nu van elk gehaat* Nam in een woeste drift een vreemd befluit te baatj' „ Wie durft my dus onteeren! „ Zien ik my dan veracht i,(Riep Hy) van myn geflagt, „Om dat ik wou regeeren? „ Doet dit hun minn'Iykheid in wreev'len haat verkeeren ? „ Welaan! dat ik hen dwing, „Al is het zonderling, „Ik zal aan hen noch leeren, „ Het geen hun plicht vereist en wat hun ftaat te doen. „Hoe! my dus te achten! 't is beneden myn fatfoen. " Hier op nam Hy 't befluit hen alle te verdelgen, En in een poel van ramp te zwelgen. Maar trapt düs onverwagt Eu zonder dat Hy 't zeiver dagt, Met de oogen naar de lucht geflagen, In eene diepe en vuile floot, En vind in zyn' befluit zyn' dood. * & & Die andre rampen brouwd die moet ze zeiver dragen.

JB De

Sluiten