Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 28 )

De OJEVAAR en de BOER.

-Een Ojevaar die jaaren agtereen

Op 't Dak van zeekren Boer verfcheen,

En altoos yvrig paste op 't geen men Hem beveelden,

Veranderd van befluit en doet de Kindren kwaat,

Die men by 't fchoone weêr wat buiten fpeelen laat;

Dit ziet de Boer, terwyl men fpeelden,

En grypt terftond het Roer en ligt op langbeen aan,

Om hem tot zynen plicht te keeren

Dan, ach! het is vergeefs het fchynt Hem niet te deeren;

Dit maakt den Boer verwoed om zulk een fnoodbe. ftaan,

En lost het Roer op Hem en treft Hem in zyn vleu. g'len.

Dit doet zyn trots beteuglen; En vol van ramp en druk belaan, Zag Hy het kwaad door Hem gedaan.

Dz

Sluiten