Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 33 )

Het GEDROCHT.

JE en ftoet van ftille en nederige Braaven,

Die jaaren a^ter een bezeilde een fchoone Haven,

Zag zich door een Gedrochtin hunne reis geftaakt.

Nooitzag men vreemder Beest door veelen hier gelaakt

En door een vreemder zoort (ik noem die menfehen dieren 0

Bemind en aangebeön; Wie zag dit ooit voorheen? Op dat het Beest zou Zegenvieren» En heerschen 't rond alleen. Die Hem als pest van 't Land befchouwden, En Hem, noch de aanhang, niet betrouwden, Weéïftaan Hem ftout in alles wat Hy deed,

En wreeken dus hun leed. Dit maakt zyn aanhang woedend en verbolgen; Men neemt befluit Hem fteeds te volgen; Maar de onverzoenbre dooddeed tot haar aller ftraf, Dit vreemde Beest Ontbloot van geest Neerdalen in het Graf.

#

C De

Sluiten