Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 3<? ) De AAP.

Een Aap die wondre kuuren had,

Was eens in een vermaarde Stad,

Waar ieder Hem befchouwd vol vinding, van gedagten,

Veel grooter dan men Hem konde achten ;

Men pryst zyn fchoon figuur ja al wat Hy bevat.

Zyn Vindingryk vernuft, bekwaam in alle zaken;

Vind uit een groote Brug te maaken.

Hier lacht Hem ieder uit,

Om dat Hy had het werk verbruid.

„Hoe Iagt me om my? (zegt deeze Kees der keezen,)

„Gy alle die thans lacht, moogt vreezen!"

Een ieder lachte voort om dat wreedaardig Schaap,

En dagten 't fpreekwoord naar: Een Aap blyït toch een AAP.

De

Sluiten