Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 38 )

De Zeven HAANEN en de HOND.

Er liepen op een Werf, door eenen Hond bewaakt,

Eens zeven koppels fchoone Hennen,

Waar van dat ieder moest haar wonder fchoon bekennen,

't Geen haar in eer en aanzien maakt,

En ieder koppel had een Haan die hen verweerdde,

Wanneer een Roofgediert' dees fchoone koppels deerdde;

Zy gaven aan de Hond ook van haar winst zyn deel.

De Hond die gaarne wilde in plaats van haar bewaaken,

Regeeren over haar geheel,

Gaat zynen plicht verzaken.

Twee Haanen, Vrienden van den Hond, 1

Die helpen Hem terftond In al zyn fnoó bedryven: Terwyl dat de andre vyf, Met heel het Hennental Hem vallen op het Lyf,

Om zo hun recht te fchaffen; Terwyl de Hond zich ziet voor zyn bedryven (h affen.

De

Sluiten