Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANM-Y-NE BROEDERS EN ZÜSTERS, 35

misfag en de zwakheid van het gemeen, maar zelfs van wyshoofden, wanneer zy zich bezig houden met hunne (dijfciles nugce), nutceloo. ze, fchoon vermoeijende kiesheid en nauw* keurigheden. Dit was de gewoonte van de geleerde Doctooren van het oude Atheenen, welken hunnen tyd tot niets anders bcfteedden, dan om wat nieuws, ie zeggen en pe hoóren (Handl. XVII: vs. 21.) 't zy befpiegeiende of verzonnen fchetzen en voorftelÜngen, waar over zy dan pro en contra, voor en tegen rcdentwistede ; maar terwyl zy ernftig bezig waren met te twisten over de yForma fubftantiaies umverfale a parte rei, fuga vacui) onaandoenlykheid, [en over de^ mogelykheid der beweging, en diergelyke nuttelooze zaken en beuzelingen ; vergaten zy God en den eigenlyken dienst van God, zynde zulke twyflelaars of bygeloovige weetnieten (want zoo kuu hen de woorden overgezet worden) dat te midden in den drom van hunne Goden, zy eenen altaar meer hadden opgerigt, met dit opfchrift (vs. 23 .) den onbekenden God: het is in de daad de waar heid, dat 'er veel weetgierigheid van dit zoorcis, het welk een verftandig Mensch tot groot voordeel kan gebruiken; maar, wanneer men dezelve tot onze voornaamfte of eenigfte bezigheid maakt, in plaats van by«ftudie, zoo zyn wy ver van het G 3 ipoor

Sluiten