Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 27 )

gaande wyze van beftaan: geheel anders van eene Ziel die in 't jong geftorvene Kind even *t denkbeeld van 't dierlyk leven bekomen zoude hebben: geheel anders van eene Ziele, met meer kundigheden voorzien: geheel anders van eene Ziele, die de tyd en de wil gehad heeft om zich meer te volmaaken enz. enz.

' Zoude nogthans de oneindige Goedheid, daal ze zonder vermindering van deszelfs eigen Zaligheid over onuitputlyke bronnen van Geluk befchikken kan, zyne Schepfelen fiegts eenige weinige druppen uit dien Oceaan hebben willen fchenken? Hoe» God zoude zich oneindig wys en magtig m derzelver Schepping betoond hebben en flegts middelmaatig Goed in hen te bedeelen geweest zyn!

En evenwel ondervinden de Zielen, geduurende hunne inwooning in 't Lighaam, niets dat na zoo eene Zaligheid gelykend, ja kunnen't niet ondervinden:

Men moet dan wel befluiten, dat t eerst na die inwooning is (10), dat Hy hun eene veel grootere Zaligheid beftemd heeft. 'Zie daar dan de reden •waarom ze 't Lighaam overleeven moesten (i i). a

Maar 't Geluk neemt niet toe na maate de Kennis toeneemt, de aanftaande grooter Zaligheid moet dan bygevolg van nog andere betrekkingen als van "t meer of min volmaaken der Verftandelyke Vermogens afhangen (12).

Om de Zielen tot het aanwenden en volmaakter maaken van derzelver verftandelyke Vermogens aan te fpooren, had God hen zoo fterk eene drift tot werkzaamheid ingeplant, dat niets als gebrek aan ftof denzelven een oogenblik fluiten of opfchorten zoude kunnen (13), tot het aanwenden en volmaaken der Vermogens, welke wy de Zedelyke noemen , gaf Hy hen eene onlesbaare dorst na Geluk, maar door 't Inftinct tot 't Goede en Billyke (14) getemperd, zoo als Hy ook de drift tot Kennis door het Inftinct. van 't Waare en Schone getemperd

'had

Sluiten