Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32 BERICHT WEGENS HET

Mijne vrienden dachten werklijk, dat ik reeds onder lag, en zo goed als in den grond geboord was. Ik geloofde het bij. na zelf, wijl de rol tamelijk fchrander tegen mij gefpeeld wierdt, en er nog meer mannen van gewigt in getrokken en tegen mij opgezet waren. Toen staal zich nu niet meer aan mij bekreunde, maar ik nogthans de grootfte menschheVendheid tegen hem oefende, geraakte hij in de allerlaagfte buitenfporigheden. De Keurvorst was met mijn vijand, den Geheim-Raad miltz, op het land, 9 mijlen van Koblentz, en staal.hield zich intusfchen met allerlei losbandig gefpuis op, dat hem de kunst meende af te praaten, of hem aan den Keurvorst te ontvoeren. c Ik drong beftendig in mijne berichten daar-

op aan, dat men zich van den perfoon van staal zoude verzekeren; dan ik kreeg geen antwoord meer, en het fcheen als of mijne vijanden reeds gezegepraald hadden. Ik liet echter niet na, op alle daaden en Happen van staal naauwkeurig acht te geven, en er den Keurvorst eiken postdag bericht van te zenden. Op eenmaal echter, toen men zulks

het

Sluiten