Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 3 )

Teri tweeden, dat ik de vooroordeelen, wélke opdéze plaets voornaernlijk heerfcheti, tegengat

Verëert mij ten dien einde, met die bemoedi* gende toegenegenheid, welke mij het nut mijnef arbeid beloofdi

U

Alle menfchen> zonder ohderfcheid van rarigj Óf ftaet, zijn leden der Maetfchappij. Door ön> tioemelijke banden zijn wij aen een verbonden «« door middel der zamehlevinge worden onze bé-. hoeften vervuld, en ons leven aengenaem ge* tnaekt. Wij kunnen niet gelukkig wezen, indieri Wij elkander niet behulpzaem zijn, om een behoorlijk gebruik van het geluk te maeken. Dei menschj oorfprongelijk gefcbikt tot gezelligheid $ Word, op zig zei ven ftaende, een ellendig we^ 2en ^— zijne natuurlijke, verftandige, en zedenlijke vermogens, voor zeer aenmerkelijke vorde= fingen vatbaar zijnde, kunnen zlg, niet dan in dë zamenlevihge Verder volmaken — en Wanneer hij halaet zijne vermogens tot het algemeene weizijd aaiitewenden, word hij ongelukkig: want het geluk vim elk in 't bijzonder is met het geheet ónaffcheidbaer verenigd. Een ieder, hoe verheven, of laeg hij zij, moet zig daerorrt zoo gedragen, dat hij het zijne tot bevordering van hés A a irf'

Sluiten