Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(4J

algemeene welzijn, zoo veel mogelijk is, toebrenge, om ook zijn bijzonder geluk vaii de algemeene welvaert te genieten.

Wanneer wij de waereld rondzien, zullen wij verfcheide menfchen vinden, welke ongefchiks zijn, om zig als nuttige leden der Maetfchappij te gedragen. De reden hier van is: dat zij verkeeren in den ongelukkigen ftaet van onkunde. De bekrompen kennis, welke zij hebben, maekt hea ongefchikt, tot het kiezen, en dadelijk uitvoeren van de middelen, waar door zij hun tijdelijk beftaen kunnen verbeteren — hunne zeden vormen — en zoo met den naesten te verkee* ren, dat zij de gunst van anderen verwerven. Hunne onkunde maekt hen onbekwaem, om de welvaert van het menschdom te onderfchragen. — Dit nu heeft meest plaets bij onzen geringen Medeburger, en vooral op het platte Land. Hoe vele menfchen vind men daer niet, welke van de noodzakelijke kundigheden ontbloot, in enen zeer armoedigen ftaet leven: en fchoon zij, volgends de infpraek van hun hart, hun beftaen willen verbeteren, dit niet vermogen, om dat hunne kennis niet toereikende is! Hoe vele zijn er niet, in welken de aenleg is, om verftandig te worden, welke nogthands hunne voortreffelijke vermogens niet kunnen aanwenden, om dat zij de eerfte voorbereidende kundigheden misten? —

en

Sluiten