Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•([ 91 >

„ teekencn jaagden, eindlyk, al dit dinvelsch gefpuis op de vkigt, Ach ' Piet, ter, het ging er heet toe , dat verzeeker ,, ik u. Op het laatst, vond ik my , na dien fJag, in het midden der ftronken en ,, heggen weeder , waaruit wy zoo veel, „ moeite gehad hebben, om ons te redden , j, ik Haagde, in my te bergen , en de nieuwe vermoeienis, die ik kwam uitteftaau, my „ eenen goeden flaap verzorgd hebbende , ,, heb ik den beeker weeder gevonden, dien 5, ik, met de grootfte zorg, onder myncn „ mantel verborgen had.

Weet gy wel, meester, dat dat alles veel van een' droom heeft, dat, antwoordde Pieter, die, zoo als de leezer zal toeftem» men, vry recht oordeelde. — Ongeloovige 1 en deeze beeker? is dat ook een droom? — Och! dat, dat is waar, hy is fchoon: maar men kan dien vinden: daar waaren hier zoo. veele plonderingen ! . . . . — Ik geloof Mr. Pieter, dat gy den kleinen ongeloovigeu wilt uithangen? Weet, dat gy een goddelooze G s zy',

Sluiten