Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$ó~J> E DOOD VAN ROLLA.

ELVIRA.

Ik wit zien hoe de heid zich in zyn ongeluk gedraagt.

PIZARRO.

Zaagt gy my dan niet in het' vluchtend leger, toen deeze vuist den blooden vluchteling nederlliet? Zaagt gy my niet voor het geflagen leger, waar, onder duizend neergebogen hoofden, myn hoofd alleen nog ongebogen zyn noodlot trotfeerde ?

ELVIRA.

Ik zag u hier en daar; doch om den held geheel te leeren kennen, moest ik hem ook hier in zyn tent zien. Wie groot is onder de- menfchen,, is niet altyd groot in zich zeiven. Menig een i fiddert in den eenzaamen nacht, die, als duizen-den hem aangrynzen, den dood kloekmoedig het: hoofd biedt,

PIZARRO.

Nu, hier ziet gy my. Heeft het verdriet my • eenigzins ontltelt? Hoort gy een vruchteloos geween ?

ELVIRA.

Foei! Weenen! Dat doen geen rephtgeaarte man-■ nen, dat doen flechts paapen en vrouwen, maarr gy knarst van fpyt, en dat deugt ook niet.

PIZARRO.

Moet ik dan aan uwe hand een bal openen,,

om-i-

Sluiten