Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. lof

PI0ARRO.

Vergeefs! Hoed u, Elvira! dat geen argwaan zyne klaauwen in myn hart flM, Gy kent da Spanjaarden, gy kent my.

ELVIRA.

Ja, ik ken ü. Gy zyt yverzuchtig op vrouwengunst, maar nog yvcrzuchtiger op uwen roem. Gy Wilt immers dien eenigen band niet verbrei» Keu, die Elvira aan u boeit?

PIZARRO.

Ieder uwer woorden vermeerdert zyn fchuld,

ELVIRA.

Welaan, die band zy dan verbroken! verbroken voor eeuwig! Ga, en wet uw kling voor den nek van den gevangene, wiens ketenen u vw dierbaar leven verzekeren moeten. Gaarne had ■ Elvira haaren held het ftof en bloed na ieder flag van het voorhoofd gewischt, doch niet het ftof der vloek, niet het bloed van den laagen ver«chtelyken moord. — De arm, die een weerloqzen vyand het hart doorboort, moet nooit weeder eene edele vrouw omflingeren. De lippen, die koel en fchertzend een doodvonnis uitfpree-. ken, moeten nooit weder de myne drukken. -* O, ik weet ook zeer wel, dat wraak een zoet : ftreelend gevoel is; maar flechts zolang als de vyand trotsch voor u ftaat; hy valt — en

weg

Sluiten