Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

159 DË DOOD VAN ROLLA.

VYFDE BEDRYF.

Een d/gtbewasfen woud. Op den achtergrond, tuifchen de boomen, ziet men in het verfchiet een van takken gevlochten hut. Het blikfemt en dondert.

EERSTE T O O N E E L.

<JORA, (met haar kind in den arm, ademloos zuchtende i het hair vloeit haar wild om den hals.)

Ik kan niet meer!— de Natuur is zwakker dan de Liefde — myn hart is gewillig — maar ik kan niet meer! — gy fluimen lieve jongen. Ach! Uw vader flaapt! — Gy zult weder ontwaaken» myn Alonzo nooit! — Waarom ben ik toch moeder? — waarom boeit dit kind my nog aan het leven? — Ik ben zo ongelukkig, dat ik zelf niet fierven mag! — Waar ben ik? — Waar dreef de angst my heen? — De blikfemftraalen verlichten dit duistere woud, maar geen enkel menfchelyk voetpad doet zich op voor myne oogen. De donder rolt over het gebergte, hy verdooft myn Zwakke Hem! — Ik kan niet meer — myne voeten kunnen my niet verder draagen. —■ (Zy valt onder een boom neder.) Lieve Jongen! hoe zorgloos lacht gy. Zischt, gy blikfems! klatert, gy

doa-

Sluiten