Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Meisje

eene wanhoopige Familie rondom zich zien verhongeren! Zyn ftraf zal ophouden, maar

zyne ellende voortduuren.' Op zyne kun¬

digheden op zyne voorige verdienften moe: geen agt geflagen worden?....

Czaar.

Onvergenoegzaame bedelares! -— Wat raakt u Lipunof toch?

Chatinka.

Mensch, wat raakt u de lydende menschheid?-

; Zo had de Czaar ook kunnen vraagen.

Keen ■— neen! Deeze vraa? kwam niet uit uw

hart! Geen perfoonlyke afkeer moet ooit over

de goedheid van dat hart zegepraalen! -— Daar alleen ftaat de grootheid van den mensch in haare

verhevenfte volmaaktheid ! Niets heeft nog

den mensch zo naby de algoedheid van zyneii ! Schepper gebragt, als de gioote , godlyke mensch- 1 lykheid van den Vorst. die zonder vooringeno- I meriheid beloont , zonder eenige veete in het : hart, ftraft; die den grootften wellust van zyn leven | daarin zoekt, om de ellende de traanen uit het oog te wisfehen, en een waereld van gelukkige menfehen rondom zich heenen te fcheppen. Czaar. "

O Chatinka ware het den Vorften gegee-

ven , altyd deezen hemel te geuieten !

Chatinka.

En Lipunof? ....

CzA Aft»

Sluiten