Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Meisje.

Chatinka, {ziek herftelle-nde.) Myn Heer!

Czaar. Waarom zo eenzaam ?

Chatinka. Het geen men bemint, zoekt men gaarne. Zedert ik onder zo veele en zo veelerleie menfchen verkeere , is my dikwils een eenzaame ftonde welkom, om fomtyds eenige geringe gcfchiflen met my zeiven te vereffenen.

C z a a b.

Dat is ook altyd goed en pryslyk, zo lang deeze zucht tot eenzaamheid niet tot eene hebbelykheid des levens wordt; zo lang zy ons niet menfchenfchuuw maakt.

Chatinka, O , dat zy verre van my , Mynheer! zolang ik met een opgebeurd hart nog zo veel genoegen des levens vinde. zo lang ook de zonderlingfte menfchen nog hunne goede zyde hebben; en deeze hébben toch byna alle menfchen.

Czaar.

Ik houde veel van menfchen, die menfchen weéten te fchatten. Ook bemin ik zo zeer het openhartige, het vertrouwlyke in hen, die my by uitftek waardig zyn. Chatinka heeft my nog zo weinig uit haare levensgeichiedenis verhaald. . .

Ca**'

Sluiten