Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 275 >

otten van de Engelfehen en van de Pruisfen geholpen? Kaik daer ken ik , zei ik je zeggen, geen ftart of fteel an vinden. Nou, as je men te recht helpt, zei ik je een goed beklonken keesje verè'eren.

POUWLUS WILLEMSEN.

Wat doet gij, Lezer, op het lezen van dezen boerschftaatkundigen brief? huilt gij of lagcht gij? Mij kwamen twee bijzonderheden, ééne uit den nieuwen en ééne uit den ouden tijd te binnen, ik zal ze u mededeelen, en 11 de beantwoording overlaten, in hoe verre z.j te pas komen ?

De ééne is van klement marot. De Koningin van Frankrijk, eene Spaanfche Prinfes, hadt zulke verfchnklijke denkbeelden ingezogen van de Hugenoten, haar ingeboezemd door de genen, die 'er belang bij hadden, dat zij van een' Hugenoot een gevleescbden duivel maakte ; op zekeren tijd deelde zij aan klement haare nieuwsgierigheid mede, zij wilde wel ééns een' Hugenoot zien, maar, zij moest geen gevaar van hem loopen. K, ement nam op zich, haare begeerte te zullen voldoen , en de tijd werdt bepaald. Klement, zelf een Hugenoot, fchikte zich tegen den beftemden tijd netjens op, en vertoonde zich, heel fraai en zinlijk aan de Vorftin, aan welke, wanneer zij verlangend vraagde, waar nu de Hugenoot was, dien hij haar beloofd hadt, te zullen doen zien? hij ten antwoord gaf, dat haare majefteit in zijn perfoon 'er éénen befchouwde; hier door werdt de Koningin overtuigd, dat de Hugenooten zulke monsters niet waren , als men haar hadt wijsgemaakt. Trouwens, wat wonder, daar het fpreekwoord verzekert, dat de duivel zelf zoo lelijk niet is, als hij wel wordt afgefchilderd ?

LI 2 Dc

Sluiten