Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—( 14a ij¬

zer zoetfte vreugde, het geluk onzer vrienden, i* verftopt; het leeven is bijkans maar half het onze ; de waereld heeft haare bekoorlijkheden voor ons verloren. Onze tochten verheffen zich tegen de vijanden onzer lievelingen ; wij haaten hen vaak nog meer , dan zij door dezen gehaat worden ; wij ontgloeien tegen hen in hevige woede, en redden gaarn den goeden naam onzer vrienden, met opoffering van eigen voordeel. Openlijk en ongedwongen, vrij van flaaffche menfchenvrees , verdedigen wij, bijaldien onze vriendfchap van de echte munte is, hunne eer , hunne handelingen, die tweeledig uitgelegd worden, hunne goederen; nellen ons, met eene kloekmoedige beradenheid, tegen de onedele maatregelen , welke tegen hun geluk mogten gemaakt worden, en achten den aanzienlijken man niet,noch zijnen invloed, noch zijn' uiterlijken glans, noch zijn dreigend gelaat, noch zijne hand , die hij met goud gevutd heeft, wanneer hij een Hecht ftuk tegen onze vrienden begaaD wil. Wij leggen hunne onfchuld aan den dag , en ontdekken aan de waereld alle de mijnen , welke ten verderve onzer vrienden gegraven werden, of nog gegraven worden:—want hunne zaakbefchouwen wij ils onze eigen'; hunne vijanden zijn ook onze vijanden.

Alleen de onedele, vreesachtige , gemaklijke en veranderlijke vriend onttrekt zich,' wanneer donderwolken boven het hoofd zijner vrienden zamenpakken ; hij bedenkt allerleie voorwendzels, die zijne onwerkzaamheid , zijne terughouding , veröntfchuldigen kunnen ; houdt zich , alsof hij rechtmatig misnoegd is , dat zijn vriend van dezen eu genen raad,

hem

Sluiten