Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 144 )-

niet verdienen; — kortom, hij toont nimmer, dat hij hen benijdt. — De edele man, echter, zal zich nimmer tegen zijnen, geluk'tig geworden en thands aanzienlijken , vriend eenige vleierij veroorloven , of op deszelfs nieuwen glans zich verhovaardigen. Zijn verftand gebiedt hem, zichzelvén altijd gelijkte blijven. Laat zijn vriend ook nog zo hoog in aanzien of rijkdom opklimmen, nimmer zal hij in ftaat zijn, om voor hem te kruipen; neen, hij zal hem integendeel altijd met eene behoorlijke vrijmoedigheid zeggen , waar en wanneer hij feilt ; zelfs zal hij nu des te meer , en met nog grooter hartelijkheid en deelneming , dan te vooren, over zijnen vriend waaken. zo veel te minder de menfchen, veeltijds, een nieuw geluk , met eene wijze matigheid , genieten kunnen, en zo zal hij, in alle voorvallen , onder alle omfiandigheden, zijn getrouwe raadgeever , verdediger, medegezel, —- kortom, zijn waare vriend zijn.

C't Vervolg hierna.)

Sluiten